Gewoon Goed Werk: Is dat wel zo gewoon?

23 jun 2020

In een poging de concurrentieslag te winnen probeert een deel van de werkgevers stelselmatig om de personeelskosten zo laag mogelijk te krijgen. Onderbetaling, te lange werkdagen en andere vormen van uitbuiting zijn het gevolg.

Begin van deze maand was het weer volop in het nieuws: uitbuiting van arbeiders in Nederlandse bedrijven. Vaak zijn het (Oost-Europese) arbeidsmigranten die onder erbarmelijke omstandigheden gedwongen worden om vele uren op een dag zwaar werk te doen (Seidler et al, 2017), maar ook zzp’ers lopen grotere kans op uitbuiting dan werknemers (Dekker, 2016). 

Niet alleen arbeidsmigranten en zzp’ers lopen kans op minder goed of zelfs slecht werk. Technologische ontwikkelingen, flexibilisering en intensivering hebben grote invloed op de aard van het beschikbare werk (Conen, 2020).

De invloed van deze drie trends is niet louter negatief. Zo kan technologie banen kosten, maar ook creëren. Inzetten op het vergroten van de digitale en technologische competenties van de beroepsbevolking is noodzakelijk om ‘goed werk’ te kunnen behouden. Hierbij is het belangrijk om medewerkers te betrekken bij de invoering van nieuwe technologieën (Brandsma, Stoffers & Schrijver, 2020).

Er is sprake van 'goed werk', als het voldoet aan de volgende drie eisen (Conen, 2020):

  1. "Grip op geld. Goed werk is werk dat voldoende (financiële) zekerheid oplevert, ook in verhouding tot anderen en op de lange termijn.
  2. Grip op het werk. Goed werk is werk met een zekere vrijheid, waarbij een beroep wordt gedaan op onze capaciteiten en goede sociale relaties worden onderhouden.
  3. Grip op het leven. Goed werk is werk met voldoende tijd en ruimte om het te combineren met zorgtaken en een privé-leven.”

De tweede trend, flexibilisering van werk, heeft een hoge vlucht genomen in Nederland. Inmiddels werkt ruim 3 miljoen mensen flexibel in de vorm van een tijdelijk contract, oproepcontract, als uitzendkracht of zzp’er. In Limburg heeft 4 op de 10 mensen een flexibel contract. Om deze mensen duurzaam inzetbaar te houden op ‘goed werk’, zullen werknemers, bedrijfsleven en overheid gezamenlijk moeten investeren in employability (De Grip, Loo & Sanders, 2004).

De derde trend, intensivering van werk, heeft invloed op de aard en snelheid van het werk. De werkdruk en emotionele belasting is hoog blijkt uit het onderzoek van de WRR (Conen, 2020). Door deze intensivering van werk komt de inclusieve samenleving in gevaar. Volgens de WRR is meer autonomie, dus vrijheid om het werk naar eigen inzicht te vervullen, een van de manieren om impact van de intensivering van het werk te verlagen.

Kortom, in de zoektocht naar werk is niet alleen het verkrijgen van werk belangrijk. Er dient ook gekeken te worden naar waarin dit werk ‘goed’ is en bijdraagt aan een zinvolle invulling van het leven.

Neimed, het Zuyd Lectoraat Employability, en arbeidsmarktinzicht.nl zijn kennispartners op het vlak van ‘Arbeidsmarkt en Employability’.

Literatuurlijst

  • Brandsma, T., Stoffers, J., & Schrijver, I. (2020). Advanced technology use by care professionals. International Journal of Environmental Research and Public Health, 17(3), 742. doi: 10.3390/ijerph17030742
  • Conen, W. (2020). Waarde van werk in Nederland.
  • De Grip, A., Loo, J., & Sanders, J. (2004). The industry employability index: Taking account of supply and demand characteristics. International Labour Review, 143(3), 211-233.
  • Dekker, F. (2016). Flexibilisering: geen tijd te verliezen. S&D, 73(4), 20-24.
  • Seidler, Y., van den Heerik, A., de Boom, J., & Weltevrede, A. M. (2017). Schaduweffecten van EU-arbeidsmigratie in Rotterdam. Erasmus.
  • Van Vuuren, T., Stoffers, J. & Lancée, V. (2018). Het effect van opleiding en training op de duurzame inzetbaarheid van medewerkers; een longitudinale studie op grond van objectieve data. Tijdschrift voor HRM, 21(1), 18-35.

Naar nieuws overzicht