Retoriek van actief burgerschap en krimp: missing the point?

31 mrt 2014
  • Leefbaarheid

Wat aspirine is voor lichamelijke kwaaltjes is actief burgerschap voor maatschappelijke kwaaltjes, zeker als het over krimp gaat. Actief burgerschap is inderdaad goed, je kunt er niet tegen zijn, maar vaak ook zijn de mogelijkheden overschat. Tegelijkertijd wordt de echte transformatieve kracht van actief burgerschap nauwelijks herkend.

Actief burgerschap is een zeer populaire term geworden. Politici, academici, beleidsmakers, etc. vinden het interessant en relevant. Maar wat het precies is, blijft open voor interpretatie. Het kan namelijk de participatiesamenleving in Nederland zijn, maar ook anti-regeringsprotesten in Oekraïne. Sommige aspecten zijn hetzelfde (burgers komen bijvoorbeeld samen om gezamenlijke doelen te bereiken) en sommige aspecten verschillen (het is bijvoorbeeld bottom-up of top-down).

Het debat over actief burgerschap legt de focus op het tekort ervan en de behoefte om actief burgerschap te bevorderen. Burgers worden vaak gezien (door politici en beleidsmakers) als consumenten van wat de sociale welvaartsstaat hun aan diensten biedt. Deze rol wordt ervaren als problematisch. In het ideale scenario, zeggen velen, zouden burgers meer betrokken moeten zijn bij het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van diensten. Deze mening gaat gepaard met politieke actie met als doel vermindering van wat de staat de burgers aanbiedt en een focus op actief burgerschap. Actief burgerschap dus als aspirine voor de samenleving.

Zeker in de context van krimp krijgt actief burgerschap veel aandacht van verschillende belanghebbenden. Het gevolg van krimp betekent (heel kort door de bocht) dat de voorzieningen verdwijnen. Minder mensen = minder winkels, verenigingen, scholen, etc. In de huidige participatiesamenleving betekent krimp dus dat nog meer dingen door de burgers opgepakt zouden moeten worden. Je zou kunnen zeggen, als er krimp is dan moeten burgers nog meer zelf doen. Wil je de buurtwinkel houden: kom zelf in actie. Actief burgerschap wordt dus gezien als DE oplossing voor het handhaven van de leefbaarheid in een krimpgebied.

Mooie gedachte maar… alles door actief burgerschap overeind houden, is niet realistisch. Om actief burgerschap succesvol te laten zijn, moet er een dialoog met burgers worden gehouden: wat is belangrijk, wie is verantwoordelijk, wie kan wat doen, etc. Bovendien zijn in een krimpgebied barrières voor actief burgerschap nog hoger. De capaciteit van burgers in een krimpgebied moet niet overschat worden. De goede wil van burgers wordt overschat: staan burgers überhaupt te wachten om actief te worden? Burgers worden namelijk niet actief omdat iemand dat zegt. De zeggenschap van burgers is beperkt en er is bovendien vaak te weinig facilitatie door de overheid.

Uiteindelijk wil ik pleiten voor een bredere visie op de rol van actief burgerschap in een krimpgebied. Krimp zou kunnen zorgen voor een transformatie van de maatschappij. Dit gaat leiden tot een heroriëntatie op de maatschappij. Om deze transitie te bewerkstelligen, is het noodzakelijk om lokale betrokkenheid van burgers te krijgen. Bovendien, alleen met de betrokkenheid van alle belanghebbenden (burgers, politiek en de markt) kan de leefbaarheid van een gebied gehandhaafd worden. Voorzieningen op peil houden in een krimpgebied is niet noodzakelijk de enige motivatie voor burgers om actief te worden. Transformatie van de maatschappij naar een duurzame maatschappij kan bijvoorbeeld ook een motivatie van burgers zijn.

Kort samengevat: ik geloof dat het beroep dat op burgers wordt gedaan in een situatie van krimp zeer hoog is. Het is zeer optimistisch om te denken dat de burgers veel voorzieningen op peil willen en kunnen houden. Bovendien, actief burgerschap zou niet alleen als vervanging van voorzieningen gezien moeten worden, maar kan ook een bijdrage leveren aan de transformatie naar een duurzame maatschappij.

 

Afbeelding: pixabay.com

Naar blog overzicht