Professionalisering van burgerinitiatieven onder de loep

31 mei 2017
  • Wonen
  • Leefbaarheid

Burgerinitiatieven in open ruimtes lijken als paddenstoelen uit de grond te komen. Steeds vaker nemen burgers het heft in eigen handen om in de buitenlucht aan de slag te gaan. Dat wordt vanuit verschillende kanten toegejuicht en gewaardeerd als een succes. Het professionaliseren van het burgerinitiatief lijkt dan vaak een belangrijk doel te zijn om het succes te continueren. De vraag is in hoeverre professionalisering invloed heeft op de flexibiliteit van het initiatief en de bewegingsvrijheid van de initiatiefnemer. In het kader van verduurzaming van burgerinitiatieven in open ruimtes lijkt professionalisering een belangrijk thema te zijn om onder de loep te nemen.

Mensen beginnen vaak met een burgerinitiatief vanuit een behoefte die op basis van draagvlak uit de wijk, buurt of straat voortvloeit. Vaak vol goede moed, met veel toewijding en inzet. Vervolgens blijkt een initiatief goed te landen bij wijkbewoners, gemeente en welzijnsorganisaties. Dan rijst de vraag: hoe nu verder? Het lijkt wel een kruispunt waarbij initiatiefnemers voor de keuze staan: gaan we op dezelfde voet door of gaan we het initiatief beter, groter, sterker, langduriger en professioneler maken? Het woord verduurzamen valt dan, waarbij wordt beoogd om middels het burgerinitiatief langdurig in de behoeften van de gemeenschap te voorzien. Het verduurzamen van het initiatief kan zowel materieel als immaterieel. Echter, subsidiestromen en donaties hebben ook een houdbaarheidsdatum en dan is het de vraag in hoeverre het initiatief zelfbedruipend kan worden. Onderzoek laat zien dat burgerinitiatieven erbij gebaat zijn om te professionaliseren waarbij beoogd wordt het initiatief te verduurzamen.

Professionalisering van burgerinitiatieven zou kunnen betekenen dat initiatiefnemers kwaliteitseisen stellen en hier ook acties op gaan uitzetten. Ook gemeentes en professionele organisaties kunnen kwaliteitseisen stellen voor bijvoorbeeld het aanvragen van subsidies en donaties. De vraag hierbij is of het stellen van kwaliteitseisen een initiatief verder helpt of juist dood slaat (Movisie, 2016). In het geval van het laatste zou dat betekenen dat dit mogelijk kan leiden tot het stranden van een initiatief.

Een ander interessant gegeven bij de professionalisering van een burgerinitiatief is de flexibiliteit van een burgerinitiatief. Zeker bij een burgerinitiatief in een open ruimte lijkt deze snel onderdeel te worden van de sociale structuren van een gemeenschap of wijk met als risico dat een initiatiefnemer onmisbaar dreigt te worden. Het aanvragen van subsidies, het voeren van PR, organiseren van vergaderingen en het vergroten van netwerken rusten vaak op de zogeheten ‘kartrekker’ van het initiatief die het icoon lijkt te worden van het burgerinitiatief. Maar stel dat een initiatiefnemer er genoeg van heeft, wie neemt dan het stokje over en kan deze wel stoppen met het initiatief? Professionalisering zou dan tevens van invloed kunnen zijn op de ‘vrijheid’ van initiatiefnemers om het stokje over te dragen of om zelfs de stekker uit het initiatief te trekken.

De afhankelijkheid van kartrekkers is kortom een kwetsbaar punt van burgerinitiatieven, zo blijkt ook uit het artikel van Igalla en van Meerkerk (2017) die onderzoek verrichten naar verduurzaming van burgerinitiatieven. Zodra deze kartrekkers besluiten om er mee te stoppen omdat er geen andere vrijwilligers zijn of omdat ze in hun ogen het doel na bijvoorbeeld 1, 2, 3 of 4 jaar bereikt hebben, is het de vraag of dit geen negatieve gevolgen kan hebben voor een gemeenschap, straat, buurt of wijk. Aan de andere kant, het kan ook van meerwaarde zijn dat de initiatiefnemer het initiatief loslaat en daarmee ruimte maakt voor nieuwe initiatieven waar op dat moment behoefte aan is. Als een burgerinitiatief in de structuur van een stichting of vereniging zit met de daarbij komende verantwoordelijkheden, bureaucratie, organisatiestructuur, kan het moeilijker zijn voor initiatiefnemers om het initiatief los te laten.

Het is goed dat burgerinitiatieven verduurzamen, zo blijkt uit verschillende casussen in Heerlen, Parkstad en elders in het land. Burgerinitiatieven kunnen uiteindelijk dankzij professionalisering uitgroeien tot sociale ondernemingen en op structurele basis economische opleving geven dat, zeker in een krimpgebied, van belang is. Echter ik geloof dat het van belang is om ook licht te werpen op burgerinitiatieven die snel komen en gaan en die net zo goed van meerwaarde zijn geweest voor een gemeenschap zonder dat daarbij professionalisering aan te pas kwam. Zou het daadwerkelijk dramatisch zijn als een initiatiefnemer besluit om na 4 jaar te stoppen en is de behoefte om te professionaliseren dan nog zo essentieel?

Zicht krijgen op de toekomstvisie van de initiatiefnemer op zijn of haar burgerinitiatief is dan ook essentieel als we het hebben over de wens en behoeften om te professionaliseren. In mijn onderzoek hoop ik zicht te krijgen op welke factoren en voorwaarden van belang zijn die bijdragen aan het initiatief en aan de sociale vitaliteit van Heerlen-Noord. Hieruit zal onder andere blijken of de mate van professionaliteit van burgerinitiatieven al dan niet van belang is om het bestaan van een initiatief te garanderen.

Bronnen:

Igalla, M. en van Meerkerk, I. (2017). Burgerinitiatieven hebben baat bij professionalisering. [online] geraadpleegd op 17 mei 2017 van, http://www.socialevraagstukken.nl/burgerinitiatieven-hebben-baat-bij-professionalisering/

Movisie (2016). Kwaliteitseisen aan burgerinitiatieven: meerwaarde of dooddoener? [online] geraadpleegd op 17 mei 2017 van, https://www.movisie.nl/artikel/kwaliteitseisen-aan-burgerinitiatieven-meerwaarde-dooddoener

Afbeelding: pixabay.com

Naar blog overzicht