Opschalen?

22 jun 2015
  • Wonen
  • Werken

Op 27 juni 2015 neemt Onno Hoes afscheid als burgemeester van Maastricht. En natuurlijk wordt hij dan gevraagd in dit verband terug te blikken en vooruit te kijken: hoe laat hij de stad Maastricht achter en welke toekomst ziet hij? Hoes is een erudiet, ervaren en in mijn ogen goed bestuurder, die Maastricht vooral economisch en internationaal weer op de kaart heeft gezet. Hoewel door sommigen bekritiseerd, is hij ook het (soft)drugsdossier niet uit de weg gegaan.

Het is dan ook opmerkelijk dat hij, als hij zijn visie op de toekomst formuleert, weer met het aloude groeiparadigma aan komt zetten. “Met 150.000 inwoners telt stad pas mee”, kopt Stadskrant De Ster (2015, no.25) en citeert Hoes: “Maastricht moet doorgroeien naar meer dan 150.000 inwoners om in de toekomst echt serieus genomen te worden”. Die groei moet komen uit de doorontwikkeling van het Sphinx-gebied, waardoor de inkomsten van de stad toenemen, waardoor geïnvesteerd kan worden in voorzieningen, waardoor de stad aantrekkelijker wordt en waardoor zowel de bestaande populatie blijft als een nieuwe populatie van buiten wordt aangetrokken. Het is een variant op een welbekende bestuurdersreflex ten aanzien van bevolkingsdaling en vergrijzing: ontwikkel een nieuw bedrijventerrein, bouw een nieuw woongebied (voor Maastricht Belvedere) en de demografische transitie is gekeerd.

Bestuurlijk roept de demografische transitie vier reacties op: ontkennen, bestrijden, begeleiden of benutten – dit is al meerdere malen beschreven, uitgelegd en toegelicht (Verwest, 2012; Hospers en Reverda, 2013). Ontkennen en bestrijden hebben weinig zin; begeleiden is veel beter en benutten geeft aan de transitie een innoverend in plaats van bedreigend perspectief. Dit geldt ook voor Maastricht. De stad heeft het aantal inwoners van 120.000 weten te behouden door de komst van buitenlandse studenten naar de Universiteit Maastricht – de natuurlijke krimp van de stad wordt hierdoor gecompenseerd. Maar het aantal geboorten is het laagste van alle Limburgse gemeenten en in 2014 liet de regio Maastricht/Heuvelland weer een lichte krimp zien – zie hiervoor de krimpberichten van Wim Derks op de Neimed site. Grote projecten bieden in dit verband geen soelaas: het debacle van de Blauwe Stad in Groningen is hier het levendig bewijs van en dus zullen ook de ontwikkelingen in het Sphinx-gebied niet leiden tot een bevolkingsgroei van 30.000 mensen: 25% meer dan de huidige bevolkingsomvang!

Getallen doen ertoe: voor het gemeentelijke inkomen, voor het goed uitvoeren van de gemeentelijke taken, voor het realiseren van voldoende kwaliteit van leven in een stad. Zeker als het gaat om de toegenomen verantwoordelijkheid van gemeenten – denk aan veiligheid, lokale economie, de decentralisaties in zorg en welzijn – speelt ‘grootte van de gemeente’ bestuurlijk een belangrijke rol. Onno Hoes had zijn afscheid dan ook beter kunnen gebruiken om het onuitgesprokene uit te spreken, waar wellicht meer de sleutel ligt voor het realiseren van de bestuurlijke opgaven en de toekomst van de stad: dat van opschaling, samenvoeging en herindeling. Een gemeente Maastricht/Heuvelland, een gemeente Westelijke Mijnstreek en een gemeente Parkstad voldoen alle aan het criterium van 150.000 inwoners of meer, zonder dat we het mantra van bevolkingsgroei nodig hebben. En misschien is een gemeente Zuid-Limburg – ongeveer 600.000 inwoners – dan nog wel het beste voor de stad Maastricht en de hele regio. Dan blijft het bestuurlijk aan de maat, ook al krimpt en vergrijst het gebied een beetje!

Naar blog overzicht