Op het kruispunt van krimp: ‘shrinking Olympics’?

7 apr 2014
  • Wonen
  • Leefbaarheid

Mensen maken hun omgeving en de omgeving vormt mensen. Omdenken in demografische transitie betekent dan ook dat we de ‘samenleving’ moeten gaan ‘omdenken’. Het volstaat niet om de bevolking van krimpgebieden in categorieën in te delen en na te gaan wat voor invloed krimpprocessen hebben op de verschillende bevolkingsgroepen. Wat betekent krimp voor jongeren? Wat zijn effecten van demografische transitie voor hoogopgeleiden? Deze vragen zijn te beperkt. We kunnen menselijke levens niet reduceren tot afzonderlijke categorieën.

Juist in krimpgebieden, of regio’s die te maken hebben met demografische transities, is het belangrijk om de individuele ervaringen te verbinden met structurele en systemische factoren. Zeker in een omgeving waar schaarste heerst, kan er competitie ontstaan. Al snel leveren mensen of groepen strijd over middelen, prioriteiten, aandacht. Waar moet de brede school komen te staan? Gaat de bibliotheek in ons dorp of die in het buurdorp verdwijnen? En waar moet de voetbalclub straks naar toe?

Olena Hankivsky, een expert op het gebied van intersectionaliteitsdenken, sprak in een recent symposium (27 maart 2014) op de Radboud Universiteit in Nijmegen over de ‘oppression Olympics’. Gemarginaliseerde groepen vechten om steun, aandacht of geld ten koste van andere achtergestelde groepen. Wie is het meest kwetsbaar? Om een dergelijke Olympische strijd in krimpgebieden te voorkomen, kunnen we als onderzoekers, beleidsmakers en politici daar ook het intersectionaliteitsdenken toepassen. Kijk niet naar effecten van krimp op bepaalde groepen in de gemeenschap, maar onderzoek de onderliggende gedachtes en aannames die deze effecten bewerkstelligen. Schenk aandacht aan de kruispunten en onderlinge relaties. Mensen leven namelijk in verschillende contexten die elkaar doorkruisen. Dit zijn niet slechts snijvlakken van categorieën als leeftijd, etniciteit, opleidingsniveau, gender, klasse etcetera. Want verschillen binnen groepen kunnen groter zijn of van groter belang zijn dan verschillen tussen groepen.

Dit betekent allereerst simpelweg: praat met elkaar, zoek naar overeenkomsten. Waar vinden we elkaar? En in een krimpende omgeving is dat soms letterlijk een lastig punt. Maar daarom des te belangrijker, want kunnen we elkaar wel vinden? De jonge moeder die trots is op haar buurt en deze voor geen goud wil verlaten, bereikt de gemeenteambtenaar niet die de leefbaarheid van haar buurt wil vergroten. Dat is niet omdat zij niet weet waar het gemeentehuis ligt. Het helpt ook niet als de ambtenaar een rondje door haar straat maakt. Zijn door haar veronderstelde status en macht zijn waarschijnlijk een veel grotere drempel.

Intersectionaliteitsdenken gaat dan ook verder dan een bottum-up approach of grassroots benadering. Zeggenschap en macht zijn hierbij belangrijk om te exploreren en expliciteren, maar vooral hoe mechanismen in de samenleving werken die macht en daarbij behorende machteloosheid in stand houden. Want deze mechanismen bepalen wat mensen kunnen, denken te kunnen en doen. Betrek in deze exploratie en explicitering ook vooral jezelf als onderzoeker, beleidsmaker, politicus, planner. Maar hoe doen we dat? Vraag je allereerst af voor welke mensen je werkt. Hoe zijn deze groepen en categorieën gedefinieerd? Uit welke mensen bestaan die categorieën? En wat zijn onderlinge relaties tussen de categorieën en tussen de mensen, op individueel maar ook institutioneel niveau? Hiermee krijgen we vele omdenkers waarvan de levens elkaar op vele manieren doorkruisen. En hiermee krijgen we een omdenken dat meer inzicht geeft in onderlinge interacties, systemen en structuren om de demografische transities werkelijk te doorgronden in plaats van te bevechten. We hebben juist geen ‘shrinking Olympics’ nodig.

Foto's: www.everystockphoto.com

Naar blog overzicht