Omelet en omgekeerd pionieren in het Randland

22 sep 2015
  • Wonen
  • Leefbaarheid

Begin september vond de jaarlijkse Krimplezing in Heerlen weer plaats tijdens Cultura Nova. Het thema was ‘De Antistad’. Maurice Hermans liet in zijn presentatie over Heerlen als antistad de irrationaliteit en desoriëntatie van deze stad heel mooi zien. Heerlen werd vergeleken met een roerei. Geen gekookt ei met een harde kern en compacte buitenwijken, noch een gebakken ei waarbij de buitenwijken verder verspreid liggen van een toch nog duidelijker kern, maar een door elkaar gemengde massa van stedelijkheid en platteland. Dit roept een beeld op van extra ingrediënten voor het roerei namelijk krimp, vergrijzing, armoede, laagopgeleide bevolking en lage vrouwenparticipatie. Plus nog een snufje mijnverleden en drugsbeeldvorming. Heeft de krimplezing daarom altijd een aansluitend krimpdiner?

Wolfgang Kil schetste in het tweede deel van de krimplezing in zijn voordracht hoe economische crisis tot krimp leidt, waarbij hij voorbeelden uit Duitsland aanhaalde. De financiële crisis heeft daarbij het denken over krimp, ook demografische krimp, aangewakkerd. Hij geeft bad practice en good practice voorbeelden. Jammer dat zijn laatste woorden bij het good practice voorbeeld, over hoe Rückbau gepland kan worden, zodat de stad niet alleen verkleint maar ook mooier wordt, de volgende waren: ‘aan de mensen was niks gevraagd’.

Een van de zeven punten die Maurice Hermans noemde om terugbouw, ofwel een waardige terugtocht voor gebieden die kampen met verlies, te bewerkstelligen is ‘participatie en moderatie’. Hij pleit voor soft planning door te kijken met bewoners hoe de terugbouw plaats kan vinden.

Nol Reverda zegt in de uitleiding van de krimplezing dat binnen een randlandregio als Parkstad, waar Heerlen een onderdeel van is, vanuit een randlandperspectief de stad en regio verder ontwikkeld moeten worden. Het randstadperspectief heeft groei als uitgangspositie, terwijl het randland een eigen dynamiek heeft, waar te weinig aandacht voor is. Zie het bijvoorbeeld als stedelijkheid zonder verstedelijking.

Nemen we de bovenstaande aspecten ook mee als ingrediënten voor een Parkstedelijke ontwikkeling, dan betekent dit dat in een randlandperspectief vooral de bewoners het vuur zijn dat de Parkstedelijke omelet laat garen. En aangezien Heerlen met betrekking tot vrouwenparticipatie, aldus Maurice Hermans, niet erg hoog scoort, moet dat ingrediënt bij de Parkstedelijke omelet juist niet vergeten worden. Vrouwelijke Parkstadbewoners moeten zeker meer meespelen in de vernieuwingsstrategieën van Parkstad (zie mijn blog 'Stedelijke vernieuwing en de praktijk van het dagelijks leven' en het oktobernummer van Rooilijn met als thema Randland). Anders wordt die omelet niet gaar. Waarschijnlijk is daar punt vier voor nodig van de terugbouw-aspecten die Maurice Hermans noemt: een omgekeerde pioniersgeest, ofwel het vuurtje dat het kijken naar na de groei aanwakkert.

Lees meer:

Sniekers, M. & Ročak, M. Jonge vrouwen en stadsvernieuwing in Heerlen. Rooilijn, themanummer Randland. (verwacht in oktober 2015).

Blog 'Stedelijke vernieuwing en de praktijk van het dagelijks leven'.

Naar blog overzicht