Omdenken is grenzen verleggen

24 mrt 2014
  • Wonen
  • Werken
  • Mobiliteit

Vorige week, op 20 maart, organiseerde Neimed in samenwerking met KKNN en Scoop (de krimpkenniscentra uit Noord-Nederland en Zeeland) en het CBS een invitational conference over grensoverschrijdend wonen en werken in krimpregio’s. Op basis van de observatie dat de drie krimpregio’s weliswaar perifeer liggen vanuit nationaal gezichtspunt, maar alle daarnaast ook aanpalen aan Duitse en Belgische regio’s, leek een conferentie over de kansen voor krimpregio’s bij oriëntaties op de andere kant van de grens, dan ook zinvol. Het was een levendige conferentie met veel voorbeelden van grensoverschrijdende samenwerking en projecten: de Eems-Dollard in Groningen, Terneuzen en Zeeuws-Vlaanderen en de Euregio Maas-Rijn en Parkstad Limburg.

Een belangrijke winst van de conferentie was het groeiende besef, dat we moeten focussen op wat wel kan en niet op wat niet kan. Wat niet kan, is het wijzigen van nationale wet- en regelgeving, ook al liggen hier vaak de hobbels om grensoverschrijdend wonen en werken daadwerkelijk te effectueren – daarvoor is de invloed van de drie regio’s op de landelijke politiek in Duitsland, België en Nederland te beperkt. Wat wel kan, is het ontwikkelen van beleid en samenwerking, waar die wetswijziging helemaal niet voor nodig is: het over en weer bij elkaar brengen van werkgevers en werknemers (Eems-Dollard, Charlemagne project), het afstemmen van onderwijs en onderzoek op universiteiten en hogescholen (Erasmus), het investeren in taalonderwijs (Buurtalen project), het synchroniseren van de aankomst en vertrektijden van het openbare vervoer, enz. Of op het gebied van culturele samenwerking, waar cultuurmakers aan weerszijden van de grens met elkaar in gesprek gaan en de mogelijkheden om cultuuragenda’s op elkaar af te stemmen onderzocht worden – waarom houdt de museumpas op bij de grens? 

Dit kan allemaal, omdat men niet wacht op een wijziging van wet- en regelgeving, maar elkaar opzoekt en via interactie en netwerkvorming komt tot het geven van handen en voeten aan de onderlinge samenwerking – niet top-down, maar bottom-up. Ook is het bemoedigend bij deze insteek, dat men de bestaande verschillen aan beide zijden van de grens niet langer als probleem, maar als toegevoegde waarde gaat zien. Juist het verschil in benzineprijs doet ons tanken aan de andere kant van de grens, terwijl de Nederlandse weekmarkten op hun beurt weer voor veel Belgen en Duitsers aantrekkelijk zijn. Juist het failliet van de ene autofabriek en de doorstart van de andere kan de arbeidsmobiliteit doen toenemen. En juist het verschil in huizenprijs creëert woonmobiliteit en is de groei van het aantal studenten in Aken kansrijk voor de leegstand in Parkstad Limburg. Het verschil in taal, economie en cultuur zorgt ervoor dat we elkaar opzoeken en verrijkt de mogelijkheden. Daartoe beginnen krimpregio’s meer en meer over de grens te kijken: de krimpregio als het lab van Europa!

Naar blog overzicht