Mislukken mag! (in een stadslab)

23 apr 2019
  • Wonen
  • Werken
  • Leefbaarheid

Mislukken is hot. Je mislukkingen delen en vieren is zelfs superhip. Aloude wijsheden als ‘we leren met vallen en opstaan’ en ‘van je fouten leer je het meest’ glimmen weer als nieuw. Er worden prijzen uitgedeeld voor de briljantste mislukking en mensen vechten om een plekje op de Wall of Failure. Er lijkt dus overal volop ‘ruimte om te mislukken’. Dat treft, want dat is precies wat een stadslab - zoals onlangs gestart in Heerlen – nodig heeft.

Illustratie: Tomas SchatsEen stadslab is een plek waar we nieuwe manieren van denken en doen kunnen uitproberen. Dat is nodig omdat we ervaren dat de oude manieren niet meer werken maar we nog moeten uitvinden wat dan wel werkt.  Als we al weten hoe een succesvolle aanpak eruit ziet, dan hebben we geen stadslab nodig. Kortom, in een stadslab mag je dus bij uitstek ‘ruimte om te mislukken’ verwachten. Zou je denken. Maar niets is minder waar. Dat komt omdat in de praktijk van veel stadslabs niet het leren van een bepaalde aanpak centraal staat en evenmin het ontdekken van wat wel en niet werkt. Vaak gaat het namelijk om het realiseren van een vooropgezet idee, waarvoor overigens wel de term ‘experiment’ wordt gebruikt. Daar wordt dan het vernieuwende, innovatieve karakter van het plan mee aangeduid, niet dat het ook een leerzame mislukking mag worden.

Lancering Stadslab Heerlen (foto: Jos Reinders)Bij nader inzien is het ontbreken van ‘ruimte om te mislukken’ in veel stadslabs ook niet heel verwonderlijk. Nogal wat stadslabs komen voort uit burgerinitiatieven die draaien om het realiseren van een specifiek plan voor een braakliggend terrein of leegstaand gebouw. Andere stadslabs zijn door gemeenten opgestart als voertuig voor vastgesteld beleid, zoals het creëren van broedplaatsen. In al deze gevallen geldt: mislukken is niet echt de bedoeling. Sterker nog, voor gemeenten is het hele idee van een lab als een plek waar een reeks van mislukte pogingen vaak de enige weg is naar uiteindelijk succes, strijdig met wat een gemeentelijk apparaat in de kern is: een organisatie die door beproefde en vastgelegde procedures een voorspelbaar resultaat levert. En het is ook strijdig met wat we als burgers van de gemeente verwachten. Je zou er niet aan moeten denken dat je aanvraag voor een nieuw paspoort door ambtenaren als een interessant experiment wordt gezien, met veel ruimte voor mislukking.  

Als leren over nieuwe manieren van werken, van problemen aanpakken in de stad, het doel is van een stadslab, is het daarom beter als het niet wordt gedomineerd door burgers-met-een-droom of door ambtenaren-met-een-leveringsverplichting. Dan is het beter om het runnen van het stadslab te beleggen bij een neutrale ‘derde’ partij, zoals bijvoorbeeld een kennisinstelling, waar leren-door-experimenteren in het DNA zit. Die moet in de uitvoering uiteraard wel in nauw contact staan met de gemeente, burgers en andere partijen in de stad. Ook in zo’n opzet zal mislukken natuurlijk niet het doel worden, en zal gekozen worden voor een aanpak waarbij wel geleerd kan worden door fouten te maken, maar de schade door die fouten beperkt wordt door de schaal en de stappen klein te houden. Zoals dat in ‘echte’ labs ook gebeurt.

Het Stadslab Heerlen is volgens deze filosofie opgezet, met Neimed als uitvoerder. Het doel is om te ontdekken in hoeverre en op welke manier de ‘Gebrookerbos’-methodiek om initiatieven van inwoners te faciliteren ook werkt in Heerlen-Centrum. Dat is trouwens een wezenlijk andere insteek dan het ‘uitrollen van de Gebrookerbosmethode over de hele stad’, zoals het Heerlense coalitieakkoord wil. Uitrollen lukt alleen maar met tapijt in een volledig ontruimde kamer. Met, jawel, vallen en opstaan zal geleerd moeten worden hoe het wel kan. Ik wens Stadslab Heerlen daarom ‘Veel (leerzame) mislukkingen!’ bij die zoektocht.

Naar blog overzicht