Mijnpijn

6 okt 2014
  • Wonen
  • Werken
  • Leefbaarheid

In het boek “Krimp, het nieuwe denken”, dat ik samen met Gert-Jan Hospers schreef, zijn we ingegaan op de vraag of de aard van een samenleving in de zin van traditioneel of modern van invloed is op het al dan niet voorkomen van demografische krimp. Een traditionele samenleving wordt dan gekenmerkt door een oriëntatie op het verleden en is sterk hiërarchisch en top-down van karakter. Een moderne samenleving daarentegen is toekomstgericht en werkt via horizontale en bottom-up netwerken. Door de bril gezien van dit onderscheid zijn krimpregio’s regio’s die zich niet op tijd hebben kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen op politiek, economisch en sociaal-cultureel gebied. Ze zijn blijven steken in de ‘oude’ economie, de ‘oude’ politieke structuren en de ‘oude’ maatschappelijke verbanden. De omslag van een industriële naar een postindustriële tijd, van traditie naar moderniteit, hebben ze gemist. Onder andere door een ‘overcultivering’ van het verleden en het veronachtzamen van de blik op de toekomst. Het is waar: zonder verleden geen toekomst, maar een versteend verleden aan de andere kant kent geen toekomst.

Het bovenstaande is wat abstract, maar als we kijken naar hoe twee mijngebieden met hun mijnverleden omgaan, wordt het al wat concreter. Dan gaat het niet om Bilbao, het veelgeprezen voorbeeld van een succesvolle transformatie van industriële naar postindustriële stad. Dan gaat het, dichter bij huis, over Genk en Heerlen. Genk herdacht de sluiting van de mijnen (1987) 25 jaar later (2012) met het organiseren van de Manifesta 9 in de voormalige mijngebouwen van Waterschei. Het programma kreeg de titel ‘the deep of the modern’, waarmee het ondergrondse – the deep – en de huidige tijd – the modern – verbonden werden. Het programma kende drie zogenaamde ‘luiken’: - 'Poetics of Restructuring’, waarin 39 kunstenaars keken naar de economische herstructurering, zoals die mondiaal plaatsvond; - ‘Age of Coal’, een kunsthistorische tentoonstelling met steenkool als basis; - ‘17 Tons’, over het materiële en immateriële culturele erfgoed van de mijnen.

Het programma was vooral bedoeld om generaties met hun verschillend perspectief op tijd en  mijnregio samen te brengen. Oud-mijnwerkers kwamen en vertelden over hun werk en leven. De nieuwe generatie toonde hoe je met de (mijn)erfenis van de oudere generatie opnieuw toekomst kunt geven aan het gebied, aan de mensen, aan zichzelf. Interactie tussen de generaties stond voorop en beide hadden gegeven de mijnen een verhaal aan elkaar. De ouderen over hoe het was, de jongeren over hoe het gaat zijn. Kortom: Manifesta gaf toekomst aan het verleden van het Genkse mijngebied – Genk krimpt niet.

Heerlen viert het komende jaar (2015) het ‘jaar van de mijnen’: vijftig jaar geleden werden ze gesloten en dat wordt herdacht. Ook dit programma kent drie thema’s: - 'Kolen en kennis’, waarin de kracht van de mijnstreek verbeeld wordt; - ‘Veelheid aan gemeenschappen’, waarbij men het vizier richt op de unieke sociale structuur van het gebied; - ‘Transitie als traditie’, over vernieuwingskracht en progressie.

Recentelijk werden enkele activiteiten van het programma gepresenteerd. Zonder al te zeer op details in te gaan, speelt het verleden in de voorgestelde projecten een dominante rol. Van een 35-delige serie over mijnwerkers (getuigenissen en verhalen) tot het ‘mijnhuis’ (eerbetoon aan de mijnwerkers) en van een Nederlands mijnmuseum (levend houden mijnverleden) tot het aan jongeren overdragen van de geschiedenis van de Blegny mijn bij Luik (om hen zo meer voeling te laten krijgen met de regio). Gelukkig hebben ook Schunck* en Cultura Nova zich gemeld, echter zonder nog concreet te zijn in wat ze gaan doen. Mij bekruipt het gevoel, dat het allemaal wel erg veel over het verleden gaat; dat de jeugd van nu moet weten, hoe het toen was; dat de jongere generatie het leven van de oudere mijnwerker moet kennen, zonder dat het omgedraaide van belang lijkt: hoe oud van jong kan leren. Het wordt dan een monoloog van oud naar jong, geen dialoog tussen de generaties. Anders gezegd: de vrees bekruipt me dat M2015 een eerbetoon wordt aan een niet meer bestaand en versteend verleden, zonder verwijzing naar het belang ervan voor de toekomst.

De thema’s van het jaar van de mijnen zijn uitnodigend genoeg om de brug tussen verleden, heden en toekomst te slaan. Als deze krimpende mijnregio iets nodig heeft, dan is dat een perspectief op de toekomst. Daar probeert het IBA-initiatief iets aan te doen, daar moet ook M2015 zich voor inzetten. Als dat niet lukt, dan blijft M2015 slechts een pleister op de wonde van…mijnpijn.

Naar blog overzicht