Malen

28 mrt 2019
  • Wonen
  • Mobiliteit
  • Leefbaarheid

Kom graag in het Randland. ‘Randland’ is een van de begrippen die vanuit het werk van Neimed is ontstaan in de afgelopen jaren. Zoals dat ook geldt voor onder andere ‘Brooker’ en ‘anti-Stad’. En zo verbleef ik onlangs enkele dagen in de Noordelijke Provincies en dan met name in Zuid-West Friesland. Op de rand van het oude Friese merengebied en het nieuwe land van de IJsselmeerpolders. En dat uitgerekend in de week waarin het Limburgs dialect streektaal mocht gaan heten. Het leverde ons ter plaatse wat meewarige felicitaties op met gniffelvragen. Of we dan toch een soort van eigen volkslied hebben? Of boeken?

Aanleiding was een te lang uitgesteld bezoek aan het atelier van kunstenaar O.C. Hooymeijer en zijn prachtige ‘vogelkijkhut voor niet-bestaande vogels’ die op korte afstand van zijn huis in natuurgebied ‘De rottige Meente’ pronkt. Onder het motto ‘alleen vrije geesten zien nieuwe vogels’ heeft de van oorsprong Vlaardingse kunstenaar vorig jaar een vermakelijke bijdrage geleverd aan ons programma ‘Nieuwkomers’ tijdens Cultura Nova 2018. In zijn eigen ‘nestje’ hier in Spanga is nog veel sterker zichtbaar en haast voelbaar hoe sterk deze kunstenaar die zelf gecreëerde vogelwereld al malend met hoofd en handen steeds verder ontdekt en uitdiept en vastlegt in tal van schilderijen, beelden en installaties. Binnenkort is een tentoonstelling van zijn werk te zien in het Fries Natuurmuseum en eind april verschijnt zijn nieuwe vogelgids. Met daarin talloze vogels die je ook zomaar in Parkstad zou kunnen tegenkomen. Zoals de ‘Duitse reiger’. Of wat te denken van de ‘Tuup’? Ja de Tuup bestaat echt in deze wereld van de niet-bestaande vogels in randland Friesland. Het wordt straks een reizende tentoonstelling, die ik hoop ‘ooit’ ook naar Parkstad te kunnen halen. Trekvogels door Randland. Een kleurrijke en ‘luchtige’ speelse kijk op een nog onbekende toekomst.

Randland banden tussen Friesland en Limburg kwamen ook later die dag elders bijna letterlijk ‘boven water’. We mochten getuige zijn van wat wel eens de laatste maaldag zou kunnen zijn van het Woudagemaal in Lemmer, dat te boek staat als grootste ooit gebouwde stoomgemaal ter wereld. Opgetrokken in steen in de stijl van de Amsterdamse school. Een industrieel monument van buitencategorie. Al ruim een eeuw lang pompt hier aan de Rand van Friesland een zestal gigantische door stoom aangedreven pompen bij hoogwater het overtollige boezemwater in het IJsselmeer. Indrukwekkend. Zeer indrukwekkend ook hoe het gemaal en de stoomketels door een grote groep van vrijwilligers in bedrijf wordt gehouden. En in onze tijd gemiddeld zo’n 1 of 2 keer per jaar in werking wordt gezet voor enkele dagen. Het echte werk is inmiddels overgenomen door moderne elektrische gemalen. De bedrijvigheid op het terrein doet nu een beetje denken aan de Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij in Simpelveld, maar dan een statisch stoom-gemaal in plaats van de meer mobiele stoom-locks.

Het zijn zulke stoomlocks geweest die eertijds met Limburgse steenkool naar Friesland opstoomden om de ketels van het Woudagemaal op stoom te stoken. De mijnsluiting in Limburg kwam voor de Friezen net zo onverwacht als voor de Limburgers, aldus onze gids. En raakte ook Friesland hard. Op zeer korte termijn moesten de stoomketels overschakelen op stookolie. En al veel eerder, bij de bouw van het gemaal rond 1920, moesten metselaars uit Limburg worden ingevlogen om van in Limburg gebakken stenen de 60 meter hoge schoorsteen laag voor laag op te trekken. Met het verdwijnen van de steenbakkerijen in Limburg werd ook het onderhoud van deze speciale schoorsteen een toenemend punt van zorg.

En nu een klimaatakkoord in de maak is en bij de buren versneld de gaskraan dicht, zullen ook de dagen van het olie gestookt ketelhuis, dat (vrijwel) enkel nog als toeristische attractie geldt, snel geteld zijn zo wordt verwacht. Zal de energietransitie hier nog een duurzame Limburgse oplossing kunnen bewerkstelligen? ‘Mijnwater’-technologie wellicht? Of toch maar definitief stoppen met ‘symbolisch’ malen en dit industrieel erfgoed op andere wijze conserveren.

En zo heb ik weer veel geleerd over deze rand-banden tussen Limburg en Friesland. En over transformaties in de wereld van energie en van water. Gemalen water, fonteinen, duurzame energie en niet-bestaande vogels als bakens op de route naar een eerlijke en vrolijke toekomst. Voor alle leeftijden.

Ik ga dat persoonlijk zeker doen vanaf volgende week. Stoppen met malen. Of misschien moet ik zeggen stoppen als molenaar bij Neimed. De Neimed molens malen gestaag voort en wel op duurzame menskracht. Met een beetje goede wil en (Heerlense?) wind in de rug gaan bij Neimed nog mooie dingen gebeuren ook de komende jaren. Ik doe mijn spuigaten dicht en ga samen met mijn ‘gemaal’ veel tijd steken in het verkennen van de wereld van pensionados in zowel nabije als in verre Randlanden. Ook stoom afblazen, thuis achter de viooltjes. En gewoon maar voor mezelf wat ‘krimpen’, al was het maar enkel fysiek. En als ik weer eens wil weten hoe laat het is, gaan we weer naar Friesland. In het knusse en wonderlijke woonkamer-planetarium van Eise Eisinga (Franeker) kun je te allen tijde precies zien hoe moeder aarde er bij staat. Zelfs in de toekomst. Times Change.


 

Naar blog overzicht