Mag ik deze dans van u?

24 nov 2014
  • Wonen
  • Werken
  • Leefbaarheid

Organisaties en steden hebben als overeenkomst dat ze gemeenschappen zijn waarbij een onderlinge band tussen mensen als vanzelfsprekend wordt geacht en onbesproken blijft.

Josefine van Zanten, werkzaam als manager Culture Change bij DSM, sprak op het recente congres ‘Winst van diversiteit op de werkvloer’ van FAM! over hoe diversiteit binnen organisaties vaak wordt tegengehouden door het denken in stereotypen van de eigen groep. Mensen worden aangenomen op basis van hun – veronderstelde – gelijkheid met degenen die ze aannemen. Van Zanten sprak over micro-inequities, wat ze uitlegde als het uitgesloten voelen door opeenvolgende, kleine, onbewuste gedragingen van mensen. Ze maakte een mooie vergelijking: diversiteit is worden uitgenodigd op een feestje en inclusie is om op dat feestje te worden gevraagd om te dansen. Domenica Ghidei, juriste en voormalig collegelid Rechten van de Mens, zei op datzelfde congres dat als we niet in staat zijn naar vooroordelen en uitsluitende structuren te kijken, er geen inclusie mogelijk is. Diversiteit lijkt mij ook dan ver te zoeken. Op onze zoektocht naar diversiteit binnen onze gemeenschap, moeten we het vanzelfsprekende bespreekbaar maken. Dit betekent dat we ook op zoek moeten naar de ‘anders’denkenden en dat we actief en bewust hun ‘andere’ opvattingen en werkwijzen moeten erkennen.

Hier zie ik de overeenkomst tussen organisaties en steden. Ik merk het in mijn onderzoek in Parkstad. De verschillende mensen die ik spreek, denken en handelen binnen hun eigen referentiekaders en bewegen zich onder mensen met dezelfde referentiekaders. En doet iemand het eens anders, bijvoorbeeld een meisje dat op haar 18e een kind krijgt, dan zet haar persoonlijke en professionele omgeving alle zeilen bij om haar op het zogeheten rechte pad te krijgen van studie gevolgd door een betaalde baan om een zelfstandig leven te kunnen opbouwen. Dat lijkt me echter geen inclusie of diversiteit.

Carol Coletta had het in Fostering the creative city over hoe we een stad kunnen creëren die alle mensen uit de gemeenschap bevoordeelt. Als we Van Zanten en Ghidei volgen, lukt dat dus alleen maar door de vooroordelen over elkaar te bespreken en uit de weg te ruimen. Ghidei pleitte zelfs voor inclusie vanuit een rechtenperspectief in plaats van een charitasdenken. Geen liefdadigheid of naastenliefde, maar recht op betrokkenheid. Natuurlijk is het lastig voor een white middle aged man die als lokaal politicus werkt en een moeder van 18 jaar die opgegroeid is in Parkstad binnen een gezin met een Duitse moeder en Arubaanse vader om binnen elkaars referentiekader te treden. Maar hoe mooi zou het zijn om alle stereotypen en vooroordelen boven tafel te krijgen? Er zijn er genoeg, merk ik in mijn onderzoek, wat heel normaal en niet verkeerd is, maar ze zorgen wel voor de micro-inequities die inclusie en betrokkenheid bij de gemeenschap tegengaan.

Alle zeilen bijzetten om die kleine ongelijkheden te bevechten, betekent navolgen dat iedereen iets bij kan dragen en dat iedereen waardevol is. Het betekent dat iedereen iets bij kan dragen, zonder eerst een korset aan te moeten van voorwaarden voor inclusie in de gemeenschap. Dat korset van opeenvolgende, kleine, onbewuste ongelijkheden lijkt af en toe wel een macro-inequities dwangbuis. In theorie is het geloof dat iedereen waardevol is en erbij hoort natuurlijk mooi, maar lukt het in de krimpende Parkstad praktijk ook om iedereen uit te nodigen op het feestje, laat staan om met elkaar te dansen?

Foto: 'dancers' door hotblack (http://morguefile.com)

Naar blog overzicht