Lelijk mooi maken

2 sep 2014
  • Wonen
  • Leefbaarheid

Krimpende steden zijn lelijk. Leegstaande gebouwen, achteruitgang van de kwaliteit van de publieke ruimte, onveiligheid, viezigheid, grijze, kapotte muren en niet verzorgde tuinen… Gewoon: lelijkheid. Van zo’n omgeving word je niet blij. Het oogt rommelig, chaotisch, gebouwen en mensen zien er een beetje grauw uit. Maar, krimpende steden hebben potentie om mooi te worden. Hoe? Eenvoudigweg door de omgeving mooier te maken. Door wie? Veelal niet door architecten met bijzondere, vaak dure ontwerpen, maar door burgers zelf. Burgers kunnen verantwoordelijkheid voor hun eigen omgeving dragen en deze naar hun zin maken. Dit kan echter alleen door een gevoelige balans van eigenaarschap, empowerment en eigen (intrinsieke) motivatie. Het vraagt ook om vertrouwen: vertrouwen van mensen in zichzelf -dat zij iets moois kunnen maken- en vertrouwen van machthebbers om ruimte te geven aan de burgers.

Veel krimpende steden (of zelfs alle?) worden geconfronteerd met een slecht imago gebaseerd op hun hardware. Leegstand, te grote grijze gebouwen, etc. Het is dan ook niet fijn om in zo’n te grote stad te leven en bijvoorbeeld grapjes van vrienden die in groeiende steden leven, te moeten verdragen.

Hornbach kwam onlangs -met hun prijs winnende reclame- met een simpele oplossing voor lelijke plekken: Doe wat tegen lelijkheid. Take business in your own hands and make places beautiful!’. De reclame legt een duidelijke link tussen het krimp symptoom (leegstand) en, in krimp discussies veel benoemd, actief burgerschap. De commercial gaat in op het psychologische effect van een mooie omgeving. De aanname is dat een mooiere omgeving mensen gelukkiger maakt. Door strijd tegen lelijkheid is het mogelijk om een eigen mooie wereld te creëren, aldus de reclame.

Het enthousiasme en creativiteit van enkele burgers kan aanstekelijk werken en voor hulp van steeds meer mensen zorgen. Meerdere onderzoeken (Feldhoff, 2013; Hospers, 2013a; Reverda & Rocak, 2011) hebben aangetoond dat mensen iets willen doen voor hun omgeving. De intrinsieke motivatie is er, mits er place attachment, verbinding met de plek is. Hospers (2013b) bijvoorbeeld praat over de P factor (plek factor) in een omgeving. Voor mensen zijn bepaalde plekken of gebouwen belangrijk en zij hebben de motivatie om hier iets mee te doen. Als een plek over de P factor beschikt dan is het mogelijk om mensen te mobiliseren ter verbetering van die plek.

Voor beleidsmakers is er echter een lastig punt in deze discussie: om mensen te motiveren om hun omgeving mooier te maken, moet men hen de controle geven. Dit vraagt om verandering in het paradigma: burgers empoweren om controle te nemen, maar ook plekken en gebouwen laten verdwijnen of drastisch veranderen als deze voor de mensen niet (meer) belangrijk zijn.

Krimpende steden vechten vaak met (het imago van) een lelijke omgeving. Als wij naar Hornbach luisteren, kunnen wij zelf als burgers hier iets aan doen: wij worden er, volgens de winkelketen, blijer van! Zie hier een eenvoudige oplossing met tal van achterliggende complexe processen…

 

Bronnen:
 
Feldhoff, T. (2013). Shrinking communities in Japan: Community ownership of assets as a development potential for rural Japan? Urban Design International, 18(1), 99-109. doi: http://dx.doi.org/10.1057/udi.2012.26
Hornbach (2014) Lelijk mooi maken. Available from:http://www.youtube.com/watch?v=psvHkTCmyYc.  Accessed on: 27th of August 2014
Hospers, G.-J. (2013a). Coping with shrinkage in Europe's cities and towns. Urban Design International, 18(1), 78-89. doi: http://dx.doi.org/10.1057/udi.2012.29
Hospers, G.-J. (2013b). Geografie en gevoel; wat plekken met ons doen. Assen: Van Gorcum.
Reverda, N., & Rocak, M. (2011). Jongerenonderzoek Landgraaf. Onderzoek naar toekomstverwachtingen van jongeren in Landgraaf. Maastricht: CESRT Lectoraat Sociale Integratie.
 

Naar blog overzicht