Leegstandsmanagement?

23 feb 2015
  • Wonen
  • Leefbaarheid

Riace is een Italiaans dorpje in Calabrië, Zuid-Italië; het dorp telt 1700 inwoners. Het is een van die dorpen, waar de jongeren wegtrokken door het gebrek aan werk en toekomst – een dorp, dat zodoende langzaam leegliep en het karakter kreeg van een vergrijsd spookdorp. Slager, bakker, restaurant en school verdwenen of werden gesloten. Kortom, het bekende verhaal van een krimpend plattelandsdorp.

RiaceZuid-Italië kent ook een hoge instroom van vluchtelingen vanwege de humanitaire rampen, die zich in Noord-Afrika en het Midden-Oosten afspelen. De burgemeester van Riace, Domenico Luciano, verbond ruim tien jaar geleden beide ontwikkelingen met elkaar. Geraakt door het aanmeren van een vluchtelingenschip in 1998, vol met Koerden, ontving hij hen in zijn dorp en liet ze gratis wonen in de leegstaande huizen. ‘De armste mensen van de wereld kunnen Riace redden, en in ruil zal Riace hen redden’, was zijn commentaar. Vanaf dit moment werkten en leefden de lokale bewoners samen met de aangekomen migranten. In ruil voor de gratis huisvesting moesten de migranten werken en Italiaans leren. Het resultaat is, dat winkeltjes en restaurants geopend worden, huizen gerenoveerd worden en de school weer vol zit – met migrantenkinderen.

De burgemeester noemt zijn project de ‘città futura’, het mondiale dorp als de stad van de toekomst. Città Futura is nu de grootste werkgever voor zowel migranten als de autochtone bevolking. ‘Een Egyptische priester verzorgt wekelijks de misviering en verkoopt elke dag enkele broden. Lemlem Tesfahun uit Eritrea werkt als vertaler voor Città Futura. De 34-jarige Tayo Amoo, vroeger een journaliste in Nigeria, leert nu de traditionele Italiaanse naaikunst van een vrouw uit Riace’, aldus Luciano (geciteerd in Wikipedia). Uiteindelijk hoopt de burgemeester Riace weer te laten groeien tot de oorspronkelijke 3000 inwoners – met behulp van de vluchtelingen.

In Onnen, Groningen (500 inwoners) gebeurde iets soortgelijks. Het afgelopen jaar plaatste het AZC er 400 vluchtelingen. De aanvankelijk afwerende houding van de lokale bevolking ten opzichte van vreemdelingen sloeg om in een warm welkom voor de nieuwe bewoners van het dorp – het Algemeen Dagblad berichtte hier recentelijk nog over. De lokale bevolking zamelde kleding en speelgoed in, hield kennismakingsbijeenkomsten in het dorpshuis en gaf zo invulling aan goed gastheer- en gastvrouwschap. Zowel de lokale middenstand als de school leefden weer op en wellicht hebben ook de sportverenigingen weer toekomst.

Eenzelfde verhaal, tenslotte, over het dorp Oranje in Drenthe. Met zijn krap 200 inwoners zouden hier 1400 met name uit Syrië afkomstige vluchtelingen geplaatst worden – hetgeen begrijpelijk tot de nodige commotie leidde. Blijft echter het feit, dat het dorp tot voor hun komst een typisch krimpdorp was met een gesloten aardappelmeelfabriek van Avebe en een failliet kindervakantiepark. Juist door de komst van de vluchtelingen – tot nu toe ongeveer 500 - krijgen ook hier de lokale faciliteiten weer een nieuwe toekomst.

Bevolkingen groeien en krimpen door een combinatie van natuurlijke stijging of daling en migratiepatronen. In dat laatste geval denken we meestal aan economische migratie: mensen, die een gebied verlaten – krimp – om elders te gaan werken – groei. Niet zo vaak denken we in dit verband aan gedwongen migratie: oorlogs- en conflicthaarden, waardoor mensen gedwongen worden huis en haard te verlaten met een ongewisse toekomst als resultaat. Dan kan een leegstaande infrastructuur – huizen, straten, water en elektra, buurthuizen en sportaccommodaties – juist die veilige haven zijn, waarnaar men op zoek is.

Krimp moet je niet bestrijden, en zeker niet met gebruik van menselijke tragedies – dat is cynisch. Krimp mag je wel benutten voor het lenigen van menselijke nood – dat is humanitair.

Foto: picasaweb.google.com

Naar blog overzicht