Jonge vrouwen als motor van verandering

1 mei 2017
  • Werken

De verschillen tussen krimpregio’s worden steeds beter onderkend. Dit geldt bijvoorbeeld voor de verschillen op de arbeidsmarkt, ofwel de werkloosheid en het aanbod van vacatures. Dat vermeldt de Kennisagenda 2017 van het Kennisplatform Demografische Transitie. Hierin staat bovendien dat Noordoost-Groningen en Noordoost-Friesland een ‘ruime’ arbeidsmarkt kennen, Zeeuws-Vlaanderen een ‘krappe’ arbeidsmarkt, de Achterhoek een ‘stille’ arbeidsmarkt en in de Limburgse krimpregio’s is er een ‘kwalitatieve discrepantie’ op de arbeidsmarkt (Leemans, Boekema & Oevering, 2015). Dat laatste wil zeggen dat er relatief hoge werkloosheid is, maar ook een relatief groot aanbod van vacatures. Hoewel De Verdeelde Triomf van Planbureau van de Leefomgeving laat zien dat er tot 2014 in stadsgewest Heerlen juist sprake was van daling van het aantal banen, vooral bij laag- tot midden-betaalde en bij hoogbetaalde banen.

Foto: 'engine’ door roganjosh (http://morguefile.com)De Kennisagenda laat daarnaast zien dat het binnen krimpregio’s cruciaal is om aan te sluiten bij de krachten in de regio en dat bewoners de motor van verandering zijn, met de overheid als facilitator (Engbersen, Slegh & Lupi, 2017). Mijn onderzoek onder jonge vrouwen uit Parkstad heeft eenzelfde insteek. Het onderzoek richt zich op de krachten van deze vrouwen op het snijvlak van onderwijs, arbeid en moederschap, maar ook welke belemmeringen ze hierin tegenkomen.

Aan een ‘kwalitatieve discrepantie’ dragen normatieve opvattingen bij binnen de werkwijzen van onderwijsprofessionals, werkgevers en beleidsmakers, die de jonge vrouwen met kinderen beletten om verder te studeren. Ook wordt een ‘kwalitatieve discrepantie’ in de hand gewerkt door belemmeringen in institutionele structuren.

De jonge vrouwen kiezen eerder voor de BBL-variant van een mbo-opleiding omdat deze hen werkervaring, baangarantie en loon oplevert (Sniekers, 2017). Ze werken daarnaast binnen beroepen in de zorg, de traditionele genderrollen bevestigend. Ze zijn bovendien bang voor een schuld door studiefinanciering die ze als BOL-, hbo- of wo-student ontvangen (Sniekers, 2017). Deze institutionele regelgeving bevordert niet echt het (door)studeren, zeker niet als je als jonge vrouw ook nog een kind moet onderhouden. Ook krijgen zij geen zwangerschaps- en bevallingsverlof van hun opleiding (Sniekers, 2017). Een kinderdagverblijf is veel te duur, en werken is financieel onaantrekkelijk, als je al het geld dat je verdient met werken meteen kunt betalen aan het kinderdagverblijf (Sniekers, 2017). 

Dit zijn voorlopige resultaten van mijn onderzoek, maar ze geven wel inzicht in achtergronden van onderwijs- en arbeidsmarktperspectieven van jonge vrouwen met een gezin. Vacatures op hbo-niveau en hoger liggen niet binnen hun handbereik, en werken loont niet als je daardoor de zorg voor je kind opgeeft en er geen geld aan overhoudt. Jonge vrouwen, de bewoners van een krimpregio, als motor van verandering in de regio? Jazeker. Zij kunnen die motor draaiende houden en als geen ander laveren tussen normen en structuren. Aan ambitie, volharding, verantwoordelijkheid en competenties ontbreekt het hen in elk geval niet. Nu de facilitering nog.

 

Verder lezen:

Engbersen, R., Slegh, E., & Lupi, T. (2017). Kennisagenda 2017. Den Haag: Kennisplatform Demografische Transitie & Platform31.

Leemans, P., Boekema, F., & Oevering, F. (2015). Demografische krimp vergt regionaal maatwerk op de arbeidsmarkt. Geografie, 2015 (Juni), 25-29.

PBL (2016). De verdeelde triomf: Verkenning van stedelijk-economische ongelijkheid en opties voor beleid. Ruimtelijke verkenningen 2016. Den Haag: PBL. 

Sniekers, M. (2017). Working on economic independence: Young mothers’ agency in education and employment (ongepubliceerde conceptversie). Lectoraat Sociale Integratie, Zuyd Hogeschool, Sittard & Neimed, Heerlen.

Naar blog overzicht