Inclusie bij burgerinitiatieven

23 jan 2018
  • Wonen
  • Leefbaarheid

2018 is ruim drie weken oud en dat betekent dat de balans over het afgelopen jaar kan worden opgemaakt. Volgens het CBS is de bevolking van Nederland in 2017 opnieuw relatief sterk gegroeid. In Parkstad Limburg blijkt nog steeds sprake te zijn van krimp, maar minder snel dan voorspeld. Zonder het overschot aan immigratie zou de regio nog verder gekrompen zijn. Ondanks deze afname zullen wijken en buurten steeds ‘diverser’ worden. In mijn onderzoek naar bottom-up gebiedsontwikkeling rijst onder andere de vraag in hoeverre diversiteit en inclusie een must is bij het verduurzamen van burgerinitiatieven. Inclusief maken van burgerinitiatieven zou een kans kunnen zijn om dit te realiseren. In hoeverre zetten initiatiefnemers hier (bewust) stappen in en wat is er nodig om bewoners met verschillende herkomsten te betrekken bij burgerinitiatieven?

In praktijk blijkt dat burgerinitiatieven vaak door hoogopgeleide, werkende, autochtone Nederlanders worden geïnitieerd. Denk hierbij ook aan initiatieven van actieve burgers die worden georganiseerd voor een selecte groep, bijvoorbeeld voor de bewoners van een specifieke straat in de wijk, of voor mensen met een bepaalde politieke of religieuze achtergrond. De initiatiefase van een burgerinitiatief is een belangrijk moment om hier zicht op te krijgen.

Bij de oprichting van een burgerinitiatief in een open ruimte staat de intrinsieke motivatie van een initiatiefnemer centraal. Deze kan voortkomen uit een ambitie of door een probleem in de wijk als gevolg van verloedering, overlast of leegstand. De volgende stap is het genereren van draagvlak om zo medestanders te mobiliseren. De werving wordt ingezet waarbij de initiatiefnemers in beginsel hun eigen netwerken of bewoners uit de directe omgeving benaderen. Initiatiefnemers zoeken dan vaak naar gelijkgestemden: bewoners met vergelijkbare affiniteiten, relevante kwaliteiten en netwerken, die eenzelfde belang hebben voor de toekomst van het gebied waarin zij wonen. De wervingsstrategie speelt tevens een belangrijke rol in de selectie van bewoners die uiteindelijk aansluiten bij een dergelijk initiatief. Daarbij is het van belang zicht te hebben op welke groepen er in een wijk wonen.

Het ontbreken van inclusief-denken bij een burgerinitiatief kan mogelijkerwijs leiden tot (onbewuste) uitsluiting van bewoners met bijvoorbeeld een migrantenachtergrond. In de initiatiefase van een burgerinitiatief is het daarom van belang om na te gaan welke doelen bereikt gaan worden en of alle bewoners met dit initiatief kunnen worden bereikt. Diversiteit en inclusie bij een burgerinitiatief hangt grotendeels af van bewustwording en de motivatie van de initiatiefnemer om bewoners met een migrantenachtergrond te betrekken. Soms hoor je wel een kreet “ze zijn moeilijk te bereiken” of “ze moeten wel Nederlands (kunnen) praten”. Bewustwording van beeldvormingen en uitdagingen zien in het contact met ‘de ander’ is essentieel om meer draagvlak te kunnen creëren bij meerdere groepen mensen in de wijk. Dat kan alleen als initiatiefnemers zelf over sociaal-culturele drempels heen (kunnen) stappen. Met andere woorden; is er ruimte voor inmenging of blijft het een eenheidsworst?

Aan de andere kant vraagt de werving van bewoners met een migrantenachtergrond een specifieke aanpak omdat zij, zo blijkt uit onderzoek, minder participeren bij dergelijke initiatieven. Taalbarrières en het ontbreken van specifieke vaardigheden in bijvoorbeeld het opstellen van een plan, begroting, het werven van fondsen of het binnenhalen van sponsoren, blijken hier een belangrijke rol in te spelen. In het algemeen kan worden gesteld dat de vaardigheden niet geheel verschillen van die van hun autochtone medebewoners. Het is de combinatie van taalbarrières, verschil in interesse en de wervingsmethode die ervoor zorgt dat participatie in een burgerinitiatief minder is in vergelijking met hun medebewoners (Hemmes, Jamari en Neerbos, 2009). In dat kader is het van belang zicht te krijgen op factoren die inclusie bij burgerinitiatieven kunnen bewerkstelligen. Razenberg (2016) heeft onderzoek gedaan naar burgerinitiatieven met oog voor diversiteit en stelt dat het type activiteit verbindingen kan bewerkstelligen en taalbarrières kan overbruggen of omzeilen. Ook de samenwerking zoeken met sleutelfiguren van diverse herkomstgroepen in de wijk blijkt een belangrijke succesfactor te zijn bij het inclusief maken van burgerinitiatieven. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor sleutelfiguren zoals (oud-)sociaal werkers die in wijken wonen of bewoners die het inclusief-denken kunnen terugvertalen naar initiatieven in wijken.

Culturele diversiteit en de aansluiting bij de lokale context blijkt de kracht te zijn van succesvolle burgerinitiatieven (Razenberg (2016); Hemmes, Jamari en Neerbos (2009); Gruijter et. al (2007)). Dit blijkt tevens uit mijn onderzoek waar gewezen wordt op het belang van diversiteit in initiatieven zodat je bewoners uit verschillende groepen kunt bereiken. Een krimpende groep mensen die actief nadenkt over en inzet op inclusieve burgerinitiatieven is naar mijn mening een kracht waarmee krimpgebieden een uniek voorbeeld kunnen zijn in bottom-up gebiedsontwikkeling.

Bronnen:

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2018). Ruim 100 duizend inwoners erbij in 2017. Geraadpleegd op 17 januari 2018, van https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/01/ruim-100-duizend-inwoners-erbij-in-2017
  • De Gruijter, M., Boonstra, N., Pels, T. & Distelbrink, M. (2007). Allochtone vrouwen doen mee! Eerste generatie allochtone vrouwen in Rotterdam en hun perspectief op activering. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
  • Hemmes, W., Jamari, R. & Neerbos, T. van (2009). Allochtonen, burgerinitiatieven en participatie. Amsterdam: ACB Kenniscentrum.
  • Razenberg, I. (2016). Inclusie bij burgerinitiatieven: 9 handvatten om mensen met een migrantenachtergrond meer te betrekken. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Afbeelding: pixabay.com

Naar blog overzicht