'Inbreiden'

10 jun 2014
  • Wonen
  • Werken
  • Mobiliteit
  • Leefbaarheid

De 19de eeuwse industrialisering en urbanisering resulteerde in demografische groei en in wat in de sociologie bekend staat als het moderniseringsproces. Dit proces verwijst naar de toenemende rationalisering van de maatschappelijke werkelijkheid, waarbij mathematica en planning dominante concepten werden. Max Weber noemde dit proces op zijn beurt ‘die Entzauberung der Welt’, de onttovering van de werkelijkheid, waarbij het begrip ‘waarde’ steeds meer vervangen werd door het begrip ‘functie’. Het moderniseringsproces verwijst dus naar een 20ste eeuwse samenleving, waarin rationaliteit, planning en functionaliteit kernwaarden geworden zijn.

De woonboulevard in HeerlenEen van de meest bekende representanten van dit denken was Frederick Taylor (1856 – 1915). Hij was de grondlegger van een industrieel productieproces, waarbij het menselijk handelen opgedeeld was in verschillende deelfuncties, die alle bij elkaar tot een eindproduct voerden. Arbeid werd een functionele handeling en de aaneenschakeling van deze functionele handelingen maakte de massaproductie van goederen mogelijk: het lopende band werk. Henri Ford maakte van deze principes dankbaar gebruik en liet op basis van deze gefunctionaliseerde arbeid duizenden T-fords van de band rollen.

In de architectuur en de stedenbouw was le Corbusier (1887 – 1965) waarschijnlijk de grootste protagonist van het rationele en gestandaardiseerde bouwen. Zijn opvattingen over de functies van de openbare ruimte en het functionele wonen hadden grote invloed op de 20ste eeuwse gebouwde omgeving, waarin wonen, werken, winkelen en recreëren steeds meer gescheiden functies werden in de publieke ruimte. De woonwijk als slaapplaats, de shopping mall aan de rand van de stad, het bedrijventerrein en het weer elders gesitueerde sportveldencomplex zijn de zichtbare resultaten van dit denken.

Taylor en le Corbusier, beiden staan ze symbool voor een samenleving, waarin ‘groei’ en ‘uitbreiding’ vanzelfsprekend waren en het denken van planologen, stedenbouwkundigen en ontwikkelaars beheersten. Bij krimp ligt dat echter anders. Het functioneel indelen van de ruimte, nodig vanwege de groei, heeft bij krimp zijn structurerend en ordenend vermogen verloren. In de woonwijken staan huizen leeg, zonder dat deze opgevuld worden; bedrijfspanden staan te koop zonder dat nieuwe ondernemers zich aanmelden; het voetbalveld ligt er wat slordig bij bij gebrek aan voetballende leden en leegstaande winkels hebben een negatief effect op de uitstraling van het winkelcentrum.

Krimpende steden zijn geperforeerde steden en vragen om integraal, de-functioneel denken en het opnieuw concentreren en bundelen van tot nu toe gescheiden functies in de openbare ruimte. Toch zien we deze vorm van omdenken met betrekking tot stedelijke ontwikkeling nog maar zelden terug. Neem Heerlen, een krimpende en vergrijzende stad. De stedelijke planning is nog altijd in de ban van le Corbusier en de scheiding van functies: het ‘boulevard-denken’ zit er diep in. Er is een woonboulevard, een zorgboulevard, een onderwijsboulevard en ik denk dat ook de Smart Services Hub ‘boulevard’ geheten zou hebben, ware het niet dat Zeeland al een Smart Services Boulevard heeft.

Het nadeel van het scheiden en concentreren van functies in een krimpende stad is de groei van de fysieke en sociale afstand en de afname van economische bedrijvigheid. Laat ik als voorbeeld de onderwijsboulevard in Heerlen nemen. Hier zit de Open Universiteit, de Zuyd Hogeschool, (binnenkort) het Arcus College (ROC) en het Sintermeertencollege (Voortgezet Onderwijs); wat nog ontbreekt is een basisschool – dan zou de functionele ‘ketting’ helemaal perfect zijn. Een prachtig voorbeeld van functioneel denken en bouwen: alles wat met onderwijs te maken heeft bij elkaar zetten aan de rand van de stad.

Binnenkort zal het nieuwe gebouw van het Arcus ROC geopend worden. Arcus laat daarbij zes schoolgebouwen in het centrum van Heerlen vrijkomen met de daarbij behorende pleinen, parkeergelegenheden en fietsenstallingen – voor deze leeggekomen ruimte is geen nieuwe bestemming voorhanden. De boulevard wordt geperfectioneerd, het centrum uitgehold en geperforeerd. De afstand met overige onderwijsvormen wordt kleiner, met andere functies groter. Dit zal de middenstand ook gaan voelen: op de onderwijsboulevard komen dagelijks 10.000 tot 12.000 mensen – zij kunnen er echter geen euro uitgeven (behalve aan de stadsbus en de schoolcatering).

Krimpende steden moeten weer samenvoegen, verbinden. De-functionaliseren, integreren en bij elkaar brengen moeten dan de boventoon voeren: niet uitbreiden, maar 'inbreiden' dus!!

Naar blog overzicht