Is er een verklaring voor het hoge gebruik van sociaal domein voorzieningen in krimpgebieden?

5 okt 2017
  • Wonen
  • Werken
  • Leefbaarheid

Er is een duidelijke aanwijzing dat in krimpgebieden meer sociale voorzieningen worden gebruikt. Dit is niet alleen een Nederlands fenomeen; ook in andere Europese krimpgebieden zijn vergelijkbare trends zichtbaar. Vanwege de economische achterstand in krimpgebieden is deze trend te verwachten, maar er zijn ook andere factoren die van invloed zijn.

Onlangs heeft Platform31 het rapport “Regionale verschillen geduid” gepubliceerd. In dit rapport vragen de auteurs zich af: hoe kan het dat er in krimpgebieden meer gebruik wordt gemaakt van sociaal domein voorzieningen? Dit zijn voorzieningen die gerelateerd zijn aan de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. Na een reeks gesprekken met provinciale kennisinstellingen is men tot een aantal conclusies gekomen.

Eerder heb ik al geschreven over de complexiteit van de krimp definitie. Wat is krimp en wat zijn krimpgebieden? In mijn blogs: Krimp definiëren: easier said than done… misverstand over krimp definitie en Krimp: tussen concept en realiteit probeer ik deze complexiteit te analyseren. In principe zou je krimp door een variabele kunnen definiëren (bevolkingsdaling) maar dat zou te kort door de bocht zijn. Als je andere variabelen (economische transformatie en sociale problematiek) bij de definitie betrekt, wordt ook iets gezegd over de kenmerken van de bevolking. Krimpgebieden worstelen met allerlei soorten socio-economische problemen. Denk bijvoorbeeld aan hoge werkloosheid, een laag opleidingsniveau, lagere levensverwachting, etc. Economische neergang veroorzaakt meervoudige deprivatie en dus automatisch een meer kwetsbare bevolking die gebruikmaakt van sociaal domein voorzieningen.

In de academische literatuur praten we over pad afhankelijke ontwikkelingen: het pad van de de-industrialisatie heeft invloed op de situatie van nu. Een gebied dat in een neerwaartse spiraal komt, worstelt met meervoudige deprivatie. Ooit grote en trotse industrieën zijn nu periferie. Een ironie van de-industrialisatie: from riches to rags. Deze redenering zou op Parkstad Limburg toegepast kunnen worden. Maar ook op andere Europese krimpgebieden. Deze zijn namelijk koploper in het gebruik van sociaal domein voorzieningen.

Zoeken naar een verklaring voor deze socio-economische achterstand is het thema van het rapport “Regionale verschillen geduid”. In het rapport geven de auteurs een interessante uitleg over de oorzaken van het meer gebruikmaken van de grotere sociaal domein voorzieningen. Deze zijn, voorzichtig uitgedrukt: culturele en institutionele factoren, kenmerken van de bevolking en beperkingen van het gebruikte statistische materiaal. Het is interessant om culturele factoren nader te bekijken: bijvoorbeeld betuttelende hulpverleners, een mogelijk gebrek aan zelfmanagement onder Limburgers, etc. Met andere woorden: (veel) mensen in krimpgebieden delen een cultuur van uitzichtloosheid, hulpeloosheid en een (sterk) gevoel van ‘recht hebben op’. Dit is mede gevormd door de economische geschiedenis en religieuze en politieke tradities: de staat, de mijnen en de kerk zorgen voor ons. Mensen willen of kunnen niet de status quo veranderen of, in andere woorden, hun lot in eigen hand nemen. Deze denkpatronen zijn aanwezig op verschillende gebieden en bij verschillende (formele en informele) actoren: politiek, economie en burgers zelf.

Om krimp te begrijpen, is het niet genoeg om alleen naar een aantal statistische indicatoren te kijken. Meer onderzoek naar duiding is nodig voordat er “oplossingen” voor krimpgebieden gemaakt kunnen worden. Als we dat niet doen, kunnen we nog zo’n prachtige regeneratie projecten bedenken maar zonder de aandacht voor pad afhankelijkheid en de krimp cultuur gaan deze, vrees ik, weinig resultaat hebben.

Bron:

Engbersen, R. & Uyterlinde, M. (2017).  Regionale verschillen geduid. Geraadpleegd op 17 augustus 2017, van http://www.neimed.nl/nl/publicatie/rapport-regionale-verschillen-geduid

Naar blog overzicht