Degrowth – hoe leuk is dat?

8 mei 2020

Nee, degrowth is niet gewoon Engels voor ‘krimp’. Het duidt wel op een proces dat het tegengestelde is van groeien, meer of groter worden. Neimed-onderzoeker Maurice Hermans heeft het onder andere vertaald met ‘kleiner groeien’, wat ik wel een mooie paradoxale term vind die de lading aardig dekt.

Belangrijker dan hoe je het vertaalt is natuurlijk wat er met dit begrip bedoeld wordt. Het degrowth-concept is een kritisch alternatief voor het voortdurend streven naar economische groei als bron van welvaart. Hoewel ieder op de klompen kan aanvoelen dat iets nooit tot in het oneindige door kan groeien, lukt het binnen het gangbare economische denken maar niet om iets anders te verzinnen. Volgens de degrowth-beweging kan dat alleen door breder te kijken naar wat mensen nodig hebben en de aandacht te richten op welzijn in plaats van welvaart. De bouwstenen van welzijn zijn niet alleen economisch (voldoende inkomen), maar ook sociaal en ecologisch, zoals goede relaties met je medemensen en een gezonde groene leefomgeving. In de ogen van degrowth-denkers is ons welzijn geschaad door een uit de hand gelopen economische groei die ten koste van onze sociale en ecologische behoeften is gegaan. Het huidige economische systeem van produceren en consumeren moet dus in omvang teruggebracht worden om zo meer ruimte te scheppen voor die andere zaken en daarmee het welzijn van de mensen te bevorderen. Als we minder producten kopen (die ons toch niet gelukkig maken), hoeven we minder uren in vervuilende fabrieken te werken, en houden we meer tijd over om te genieten van vriendschappen, schone lucht en mooie natuur. Zoiets.

Wie naar de uitgangspunten van de degrowth-beweging kijkt, krijgt het gevoel dat deze geschreven zijn voor de post-corona wereld. Nu beweren heel veel denkers dit momenteel over hun ideeën, maar toch. Principes als herwaardering van wat er echt toe doet, lokaliseren van productie, verminderen van consumptie en massatoerisme, verkorting en herverdeling van werktijd, hergebruik en recycling lijken wonderwel aan te sluiten bij de richting die de coronacrisis ons nu op lijkt te duwen. Daarmee wordt de vraag urgent of het ook zal werken, in het echt. Is degrowth in de praktijk ‘leuk’ genoeg om op voldoende draagvlak te kunnen rekenen van burgers, bestuurders, bedrijfsleven? Accepteren we minder inkomen en minder spullen in ruil voor meer tijd met buurtgenoten in de gemeenschappelijke groentetuin? Zoiets is bijzonder lastig te voorspellen. Een optimist zal roepen van wel, een pessimist van niet, en een wetenschapper zal zeggen ‘dat het er vanaf hangt’. Natuurlijk, maar waar vanaf?

Onlangs is een nieuw onderzoeksproject van start gegaan, met ondersteuning van Neimed en gefinancierd door het NWO-programma ‘Smart Urban Regions of the Future’, waarin het degrowth-concept centraal staat. Maurice Hermans, Christian Scholl en ikzelf zullen in de stedelijke krimpregio Parkstad Limburg op zoek gaan naar ontwikkelingen die je zou kunnen zien als voorbeelden van degrowth-in-de-praktijk. We verwachten die hier, omdat er al jaren sprake is van een krimpende bevolking en economie. Door vervolgens de meer en de minder succesvolle voorbeelden met elkaar te vergelijken, hopen we de vraag te kunnen beantwoorden onder welke omstandigheden degrowth op voldoende draagvlak in de samenleving kan rekenen. Oftewel: wanneer degrowth leuk genoeg is.

Naar blog overzicht