'Wat praten ze hier raar!'

11 okt 2016
  • Wonen
  • Werken
  • Mobiliteit

'Wat praten ze hier raar!' 'Heb je je paspoort bij je?' Ik hoorde het na afloop van een voetbalwedstrijd tussen Roda JC en ADO Den Haag, jongens onder de 16 jaar in de hoogste klasse van Nederland. Ik bezocht deze wedstrijd met een vriend uit Den Haag, van wie de zoon in het jongensteam van ADO speelt. Het was duidelijk, de jongens uit Den Haag hadden het gevoel een wedstrijd te spelen in het buitenland. De lange busreis naar een uithoek van Nederland draagt al vanzelf bij aan dat gevoel. Gelukkig voor hen konden ze de reis maken met de luxe spelersbus van het eerste elftal van ADO, waar tegenwoordig een rijke Chinees het voor het zeggen heeft.

Ik moet voor mijn werk vaak in Den Haag zijn, van mijn Maastrichtse tot de Haagse deur minimaal drieënhalf uur reistijd. In sommige weken meerdere keren per week heen en weer. Mijn verbazing dat men in de Randstad met een harde g spreekt, is al heel lang geleden verdwenen. Wel ben ik soms verbaasd over hoe men Limburg in Den Haag kent, of meent te kennen. Als ik om 10 uur ’s morgens in Den Haag verschijn, heeft men niet altijd een idee hoe lang de reis is. 'Heb je nog geen pied-à-terre in Den Haag?' wordt mij af en toe gevraagd. Dat komt bij mij over als het voorland van een vanzelfsprekende definitieve verhuizing. Sommigen menen dat ik midden in de nacht ben opgestaan om op tijd in Den Haag te komen. Vrij naar een Nederlandse cabaretier zeg ik dan wel eens dat Zuid-Limburg niet het einde van de wereld is, maar dat je het van daaruit wel kan zien liggen.

En Heerlen en Kerkrade, dat zijn toch steden die langzaam maar zeker leeglopen, waar de werkloosheid hoog is en de uitkeringstrekkers zich ophopen? Vergeten wordt dat Heerlen in veel opzichten niet verschilt van de grote steden en andere grensgebieden als het gaat om de uitkeringsafhankelijkheid en de re-integratie van niet-werkenden. Onbekend is ook het glorieuze mijnverleden en de rijkdom die er ooit was. Heerlen was ten tijde van de mijnbouw vele jaren van groot economisch belang voor ons land en één van de rijkste steden van Nederland.

Onbekend maakt onbemind. Maar er is voldoende hoop. Zo is Heerlen tot 'De Antistad' omgedoopt, wat ik een mooie geuzennaam vind. De stad is zich op eigen wijze aan het ontworstelen van de neergang die er is geweest na de sluiting van de mijnen. Heerlen staat daarbij niet alleen, want ook andere mijnwerkerssteden kampen met een soortgelijke problematiek. Er worden veel impulsen gegeven aan de stad, onder andere door de aanleg van een nieuw centrum. En Parkstad Limburg is beloond met de internationale Tourism for Tomorrow Award 2016, voor de transformatie van een zwart mijn- naar een groen parkgebied met aantrekkelijke toeristische activiteiten als de Gaia dierentuin en Snowworld. Laat nu de bezoekers uit Den Haag maar komen. Alle activiteiten in Parkstad dragen uiteindelijk bij aan een nadere kennismaking met de regio en een beter begrip.

Met mijn vriend uit Den Haag ging ik na afloop van de voetbalwedstrijd naar een supermarkt voor enkele boodschappen. Daar wilde hij een vlaai kopen om mee terug te nemen voor zijn vrouw in Den Haag. Ik protesteerde hevig: Limburgse vlaai koop je bij de bakker, en niet in een supermarkt. Anders kun je net zo goed bij Multivlaai aan het station in Den Haag terecht. Ik ben met hem omgereden naar een warme bakker, waar hij een echte Limburgse vlaai heeft gekocht.

Naar blog overzicht