Over agency, belemmerend beleid en Reverda’s rede

3 jul 2018
  • Wonen
  • Werken
  • Mobiliteit
  • Leefbaarheid

Jonge moeders in Parkstad ervaren structurele belemmeringen in hun sociaaleconomische leven. In tegenstelling tot het stimuleren van economische zelfstandigheid, ervaren jonge vrouwen dat structurele, systemische maatregelen om economische zelfstandigheid te bevorderen juist leiden tot economische achterstandsposities. Dit sluit aan bij wat Nol Reverda zei in zijn nawoord bij het afscheid van zijn positie als wetenschappelijk directeur van Neimed en lector Sociale Integratie en Demografische Transitie bij Zuyd Hogeschool. Ik pleit daarbij voor meer aandacht voor agency van jonge moeders.

Illustratie: GaborfromHungary (morguefile.com)Waarom is die aandacht gewenst? Omdat instellingen en instituten vaak eerder belemmeringen zijn dan aanvullingen en eerder remmen dan ontwikkeling bespoedigen, volgens Nol Reverda (2018). In mijn recente artikel laat ik zien dat maatregelen, zoals studiefinanciering en re-integratietrajecten die jongeren toeleiden naar BBL-opleidingen, waar men niet als student wordt beschouwd, bijdragen aan economische achterstandsposities van jonge moeders (Sniekers, 2018a). Ook particuliere kinderopvang met hoge kosten, gebrek aan zwangerschapsverlof voor studenten (en BBL-leerlingen), en het stimuleren van jonge vrouwen naar uitvoerend werk in gezondheidszorg en ouderenzorg heeft volgens jonge moeders negatieve sociaaleconomische uitwerkingen.

“Als de structuurwereld van het systeem botst met de leefwereld van de cliënt, dan is systeemgericht onderzoek nodig naar de rollen, posities en machtsstructuren van die systeemwereld en wel op zodanige wijze, dat we inzicht krijgen in de mogelijkheden van een gehumaniseerde en gedebureaucratiseerde ordening”, geeft Reverda (2018, p.14) verder aan. Voor mijn onderzoek naar jonge moeders in Parkstad ligt dat inzicht in de agency van deze jonge vrouwen. Vanuit hun leefwereld kom ik tot conclusies over de systeemwereld en normen die in de systeemwereld gelden, bepalend zijn en belemmerend werken voor deze vrouwen. Zoals Reverda (2018) ook aangeeft, instellingen lenigen niet iemands nood, maar versterken die nood in feite – ze stigmatiseren. Jonge moeders ervaren dagelijks stigma in hun omgeving, niet alleen van vreemden, maar ook door professionals. Normen over economische zelfstandigheid voor jongeren overheersen in die systeemwereld, zeggen de vrouwen. Voor hun eigen waarden is geen aandacht. Nol Reverda (2018, p.14) zegt: “De systeemwereld moet weer van waarden worden voorzien.” Die waarden zijn gelegen in de agency van vrouwen. Die waarden kunnen we dus halen door agency van mensen vanuit een emic perspectief (insider’s blik, van binnenuit) te vertalen in beleid en regelgeving binnen de systeemwereld.

Agency is in het dagelijks leven navigeren tussen persoonlijke ervaringen, institutionele structuren en sociaal-culturele normen om het leven vorm te geven (Sniekers, 2017). Agency betekent de eigen weg bepalen binnen de leefwereld en systeemwereld. Binnen institutionele structuren, zoals familie, buurt, gemeente en staat, en organisaties of instellingen bestaan diverse onderlinge relaties met normen, regels en beleid. Deze kunnen handelen, keuzes en overwegingen van mensen bevorderen en belemmeren. Bij agency staan naast krachten dan ook de structuren, regels en normen van de omgeving centraal, en hoe mensen daarmee omgaan en zich daartoe verhouden (Sniekers, 2018b).

Waarden voor jonge moeders zijn onder andere zelfstandigheid, verantwoordelijkheid, bepalen van eigen ruimte, vrijheid (Sniekers, 2018b). Maatschappelijke normen die professionals uitdragen zijn anders: jongeren moeten hun opleiding afmaken, het liefst HBO niveau of hoger, dienen daarna een goedbetaalde baan te vinden en te settelen. Moeders dienen zelf voor hun kinderen te zorgen, met plezier, en moeten rolmodellen zijn voor hun kinderen. Dat bijt elkaar als je jonge moeder bent. Zelf voor je kind zorgen gaat niet samen met een opleiding volgen, zeker niet als je geen studiefinanciering krijgt en je kinderopvang niet kunt betalen. Als je echter wel stufi krijgt en HBO doet, wordt je stage niet als werkervaring gezien, wat nadelig is op de toekomstige arbeidsmarkt. Volg je BBL, dan doe je wel werkervaring op, maar eindig je in een laagbetaalde baan met flexibele uren en weekend- en avonddiensten, wat niet samengaat met kinderopvang die alleen open is tijdens kantooruren. Partner of opa en oma werken ook, dus samen kinderopvang regelen is een grote puzzel voor jonge moeders. Daadwerkelijke zeggenschap en invloed van de burger (Reverda, 2018) is dus niet alleen nodig in het individuele leven van in dit geval jonge moeders, maar ook in de beleidswereld, in het uitdagen van normen en in het aangeven van waarden, kortom, in het erkennen van hun agency.

Bronnen

Reverda, N. (2018). Het Nawoord: Over Europa, krimp, onderzoek en sociaal werk. Sittard/Heerlen: Lectoraat Sociale Integratie van Zuyd Hogeschool en Nederlands Expertise en Innovatiecentrum Maatschappelijke Effecten Demografische Krimp NEIMED.

Sniekers, M. (2017). Defining dreams: Young mothers’ agency in constructions of space. Social & Cultural Geography. doi:10.1080/14649365.2017.1344872

Sniekers, M. (2018a). Navigating norms and structures: young motherspathways to economic independence. Journal of Youth Studies. doi: 10.1080/13676261.2018.1492102

Sniekers, M. (2018b). “Professionele ondersteuning vanuit agency van jonge moeders”. In Cardol, G. & L. Haarsma (red.). Verandering door verbinding: Handvatten voor de praktijk van de jeugdprofessional (pp. 213-223). Bussum: Coutinho.

Naar blog overzicht