Gebrookerbos: never a dull moment

24 jan 2019
  • Wonen
  • Leefbaarheid

Januari 2019. Mijn collega Linda schreef in haar blog over de vijf lessen die zij in 2018 van burgerinitiatieven Gebrookerbos geleerd heeft. Ik ben het roerend met haar eens. Ik zou daaraan les 6 willen toevoegen: Plannen is goed maar…het pakt altijd anders uit.

Foto: Initiatiefnemers Hondenspeeltuin Happy TalesPlanning en structuur zouden fijne ankers kunnen zijn in de uitvoering van mijn werk, maar in Gebrookerbos zijn dat soms onhandige attributen. Ze remmen af, je boet in aan flexibiliteit, je creativiteit wordt ingedamd en bovenal: je biedt nieuwe ideeën letterlijk geen ruimte. Elk burgerinitiatief bij Gebrookerbos functioneert anders. Zij zijn autonoom in het nemen van beslissingen en zijn aan niemand verantwoording schuldig; behalve aan hun eigen werkgroepleden of bewoners van hun eigen buurt. Men is in de regel uitstekend in staat om te formuleren welke hulp of ondersteuning men nodig heeft om een stap vooruit te komen. En dit is mijn belangrijkste lead bij het hanteren van mijn agenda: anticiperen op wat nodig is of op wat zich voordoet bij de initiatieven. De ene keer is er behoefte aan geld of aan een wateraansluiting of aan vrijwilligers. De andere keer vormt onderhoud een probleem of is er behoefte aan meer contact met de buurt. Soms vonkt en vlamt het in de ene werkgroep, terwijl een ander initiatief vreest dat men inzakt bij gebrek aan goede ideeën.
Kortom: never a dull moment in Gebrookerbos. Nu het netwerk langzaam groeit naar 30 actieve burgerinitiatieven in het stadsdeel Heerlen-Noord merk ik dat ook het aantal vragen en verzoeken toeneemt. Het is soms oppassen geblazen: aan welke verwachtingen kan en wil ik beantwoorden en aan welke niet? Wanneer blijf ik mijn eigen uitgangspunt rondom egoloos werken trouw en wanneer kies ik tóch voor het korte termijn-succes? Over dit uitgangspunt in een ander blog meer.

Inmiddels kan ik redelijk schetsen welke ‘agenda’ een initiatief hanteert en wie, wanneer, waarvoor nodig is voor elke fase in de ontwikkeling van een initiatief. Als er allemaal gelijkgezinden rond de initiatieftafel zitten, die allen eenzelfde belang hebben en eenzelfde doel nastreven dan ontwikkelt een initiatief zich gestaag. Maar zo gauw er verschil aanwezig is in visie, als er sprake is van verborgen belangen, van niet begrepen doelen of als er persoonlijke irritaties zijn, dan stokt het proces. Er valt niet te voorspellen op welk moment zoiets ontstaat. Het is moeilijk om daarop te anticiperen.

Goede interne verhoudingen en evenwichtige relaties zijn van cruciaal belang in een burgerinitiatief. Maar… de leden (in de regel buurtbewoners) hoefden niet te voldoen aan een functieprofiel; werken niet op basis van een arbeidscontract en hebben ook geen financieel belang bij hun inzet. Werknemers in een bedrijf worden daarentegen geselecteerd op vaardigheden en persoonlijke eigenschappen. Ook wordt men regelmatig getraind in projectmatig werken of wordt aan teambuilding gedaan. En mocht het dan toch nog verkeerd lopen dan kan men terugvallen op de personeelsfunctionaris, de hr-manager, de arbo-arts, de vertrouwenspersoon of de OR.
Bij een burgerinitiatief niets van dat al. In de meeste gevallen is er geen ‘baas’ en zijn er geen functioneringsgesprekken of een vangnet. Onderhuidse spanningen leiden tot irritaties en soms suddert een conflict te lang door. Wie durft dan dit ter sprake te brengen in een werkgroepverga-dering? Wie is bereid om toe te geven of om open te zijn?

In de meeste gevallen lost men het zelf op via het uitpraten van een conflict, door het veranderen van de rol of taak of door afscheid te nemen van elkaar. Het blijft hoe dan ook een moeilijk en soms pijnlijk proces. Het is bijzonder om te zien dat - ondanks het ontbreken van financiële of andersoortige belangen - veel initiatiefnemers blijven kiezen voor het initiatief en voor elkaar. Petje af.

Naar blog overzicht