De prijs van het autarkische dorp

26 apr 2016
  • Wonen
  • Leefbaarheid

Krimpende gemeenschappen in kleine Nederlandse dorpen. Voorzieningen die daardoor afnemen: de bakker en slager, de kiosk, de bloemist, en natuurlijk uiteindelijk de basisschool. Dorpen die gedoemd zijn om leeg te lopen en te verdwijnen, dat is een angstbeeld voor menige dorpsbewoner. En zelfs al verdwijnt je dorp niet: lijdzaam heb je te accepteren dat je van de ene op de andere dag voor je boodschappen en om je kind naar school te brengen enkele dorpen verder of naar de grote stad moet gaan.

Maar wat als deze voorzieningen er wel zijn in je eigen dorp? En meer nog, je kunt er naar je werk, er is een gemeentehuis, een ziekenhuis, een politiebureau, een brandweer. Er zijn diverse winkeltjes en restaurants, er is een opticien, een autogarage, etc. Er zijn meerdere kerken, musea, hotels, volop wandelroutes en toeristische attracties. De afstanden zijn klein. Bus, tram of trein zijn er niet, maar je neemt de taxi of lift gewoon mee met je dorpsbewoners als je binnen je dorp wilt reizen. Wel is er een vliegveld en een haven.

Waar is dat fantastische dorp? Het is gelegen aan de voet van het hoogste punt van ons Koninkrijk. Nee, niet nabij de Vaalserberg, met bijna 323 meter het hoogste punt van Europees Nederland. Het gaat hier om Saba, één van de eilanden van Caribisch Nederland. Het heeft met 877 meter de hoogste berg van ons Koninkrijk, de Mount Scenery, waar de huizen tegenaan zijn gebouwd. De Mount Scenery is een sinds 1640 niet meer actieve vulkaan, met op de top een tropisch regenwoud dat vaak in nevelen is gehuld.

Is dat nou leuk, zo’n autarkisch eilanddorp? Leuk genoeg om er enige tijd als toerist te vertoeven. Niet in het minst om de wandelingen in de natuur en het aanschouwen van de vele fraaie houten Sabaanse cottages met witte muren en rode daken. Het eiland maakt een pittoreske indruk, het is er mooi groen en de openbare voorzieningen worden er goed onderhouden. In het heldere water kun je uitstekend de duiksport beoefenen.

En om er permanent te wonen? Je hebt er immers veel wat menig Nederlands dorp zich zou wensen, met nog wat andere bijzonderheden. De officiële voertaal is Engels, het wegennet bestaat voornamelijk uit één grote weg, ‘the Road’ genoemd. Over de goed onderhouden bochtige wegen en vergezeld van mooie vergezichten, zijn de haven en het vliegveld te bereiken. Het eiland heeft de kortste landingsbaan ter wereld, die eindigt in een afgrond naar zee. Spectaculair om daar in een klein vliegtuigje te landen en op te stijgen.

Toch is er ook hier bevolkingskrimp, van maar liefst 10 procent in de laatste twee jaar, al gaat het dan om nog geen 200 mensen. Op 31 december jongstleden woonden er 1.811 mensen. Er is weliswaar een basisschool en een school voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, maar voor een ruimere keuze aan niveaus en vakken en voor hoger onderwijs moet je van het eiland. Voor ingewikkeldere medische verrichtingen moet je naar Sint Maarten of zelfs Colombia. Een bioscoop of theater is er niet en het spreekt voor zich dat sportwedstrijden niet erg gangbaar zijn. Op woensdag worden de supermarktjes bevoorraad, maar dezelfde avond is menig levensmiddel al uitverkocht.

Veel mensen die er naar toe emigreren met mooie dromen over het leven in een kleine gemeenschap op een afgelegen tropisch eiland, houden het niet lang op Saba uit. Soms zelfs maar enkele maanden. De verveling slaat toe, de kosten van levensonderhoud zijn hoog, evenals een reisje naar een ander eiland of verder. Activiteiten voor jongeren en de mogelijkheden voor professionele opvang van kwetsbare groepen zijn er nauwelijks. De dorpspolitiek en de sociale controle kunnen je op de zenuwen werken en verstikken. Overmatig alcoholgebruik en drugsverslaving liggen op de loer. Dat is dan de prijs van het autarkische eilanddorp.

Naar blog overzicht